Een harnas aantrekken lijkt simpel, maar in de praktijk wordt het al snel een wirwar van bandjes, riemen, lussen en inbindpunten. Een veiligheidsharnas mag niet te los zitten, maar ook niet zo strak dat het knelt of je beweging beperkt.
Op deze pagina leggen we stap voor stap uit hoe je een veiligheidsharnas aantrekt, hoe je het harnas afstelt en waar je op let voordat je ermee gaat werken. Twijfel je nog over het juiste type harnas? Lees dan eerst welk harnas je nodig hebt voor werken op hoogte.
Voordat je een valharnas aantrekt, controleer je of het harnas veilig gebruikt kan worden. Kijk naar de banden, stiksels, gespen, labels, inbindpunten en eventuele metalen onderdelen. Zie je schade, slijtage, vervorming of twijfel je aan de staat van het harnas? Gebruik het dan niet.
Een harnas moet vóór ieder gebruik visueel gecontroleerd worden en periodiek worden geïnspecteerd. Bij twijfel, schade of valbelasting is het verstandig om je harnas en valbeveiliging te laten keuren.
Let op scheuren, sneden, rafels, brandplekken, verkleuring, chemische aantasting en losgeraakte stiksels.
Gespen moeten goed sluiten, niet vervormd zijn en vrij zijn van vuil of scherpe beschadigingen.
Labels moeten leesbaar zijn. Inbindpunten mogen niet beschadigd, verdraaid of verkeerd belast zijn.
Hieronder zie je stap voor stap hoe je een harnas goed aantrekt. Freek demonstreert hier het aantrekken van een valharnas, zodat je op een veilige manier op hoogte kunt werken.
Zorg dat alle riemen en banden netjes zitten. Ze mogen niet in de knoop zitten of gedraaid zijn. Open vervolgens alle gespen en zet de riemen en lussen zo ruim mogelijk.
Pak het harnas vast bij het dorsale inbindpunt op de rug en leg het harnas ondersteboven voor je neer. Het borstgedeelte ligt bij je voeten en de beenlussen liggen het verst van je af.
Stap met beide voeten in de beenlussen en trek het harnas omhoog naar je heupen, alsof je een overall aantrekt. Pak daarna het dorsale inbindpunt en breng dit omhoog richting je schouders.
Sommige harnassen hebben beenlussen die niet gesloten zijn, zoals bepaalde uitvoeringen van de Petzl AVAO Bod Fast of Rock Empire Skill Fast Lock. Bij dat type plaats je meestal eerst het bovenste gedeelte over je schouders en sluit je daarna de heup- en beenbanden volgens de handleiding.
Haal het dorsale inbindpunt over je hoofd heen, zodat de schouderriemen netjes over je schouders vallen. Controleer direct of er geen banden gedraaid zitten.
Bij sommige full body harnassen verbind je het ventrale inbindpunt bij de navel met het sternale inbindpunt op de borst met een geschikte karabiner of snelschakel. Bij harnassen met een geïntegreerde stijgklem, zoals een Croll-systeem, loopt dit volgens de specifieke instructie van het harnas.
Draai de karabiner of snelschakel volledig dicht met de hand en controleer of de sluiting goed vergrendeld is. Bij sommige modellen moet ook een extra borging of kunststof vergrendeling worden gesloten.
Pak de beenlussen en klik of sluit ze volledig dicht. Trek de banden aan totdat ze stevig aansluiten. De beenlussen mogen niet te los zitten, maar ook niet knellen.
Een praktische controle: een vlakke hand moet nog tussen band en lichaam passen. Een vuist mag niet passen. Stel daarna de heupgordel af volgens hetzelfde principe.
Stel de schouderbanden zo af dat het sternale inbindpunt op borsthoogte zit. Het harnas moet stabiel op je lichaam zitten en mag niet scheef trekken.
Zet je valhelm op en sluit de kinband. Controleer daarna nog een keer of alle gespen dicht zijn, banden vlak liggen en inbindpunten goed bereikbaar zijn.
Het harnas is nu aangetrokken en afgesteld. Ga pas verder met het bevestigen van lijnen, positioneringsmiddelen of valstopbeveiliging als het harnas goed zit en de controle is uitgevoerd.
Een harnas goed aantrekken is één ding, maar het harnas afstellen is minstens zo belangrijk. Een te los harnas kan bij een val verschuiven. Een te strak harnas kan knellen, bewegen lastig maken of de doorbloeding beperken.
De beenlussen moeten stevig aansluiten. Een vlakke hand moet ertussen passen, een vuist niet. Controleer links en rechts apart.
De heupband moet stabiel zitten en niet afzakken. Bij werkpositionering is dit extra belangrijk voor comfort en controle.
De schouderbanden moeten het harnas netjes op hoogte houden. Het borstpunt hoort op borsthoogte te zitten en mag niet te laag hangen.
Stevig aansluiten, maar niet knellen. Kun je een vuist tussen band en lichaam krijgen? Dan zit het harnas meestal te los. Kun je amper bewegen of trekt het harnas pijnlijk? Dan zit het te strak.
De positioneringslijn, karabiners en sommige gereedschapsverbindingen worden bevestigd aan het ventrale inbindpunt op navelhoogte en/of de laterale inbindpunten op de heupen. Deze punten zijn bedoeld voor positionering en mogen niet zomaar worden gebruikt als antivalpunt.
Leeflijnen en valstopbeveiliging worden bevestigd aan daarvoor geschikte antivalpunten, meestal sternaal op de borst of dorsaal op de rug. Bij sommige harnassen herken je deze punten aan een A-label. Wil je precies weten welke punten waarvoor bedoeld zijn? Lees dan verder over normen voor valbeveiliging en werkpositionering.
Bevestig de leeflijn of valstopbeveiliging alleen aan het juiste inbindpunt. Voor valbeveiliging zijn dat meestal het sternale punt op de borst of het dorsale punt op de rug. Gebruik geen positioneringspunt als antivalpunt, tenzij de fabrikant dit specifiek toestaat.
Een harnas werkt nooit los van de rest van het systeem. Je hebt ook een passende leeflijn, valdemper, valstopapparaat en verankering nodig. Bekijk daarom ook onze uitleg over typen leeflijnen voor valbeveiliging.
Controleer vóór gebruik nog één keer of het harnas goed zit. Laat dit bij voorkeur ook door een collega controleren, zeker bij werkzaamheden met verhoogd risico.
Heb je nog geen geschikt harnas? Bekijk dan onze valbeveiligingsharnassen voor werken op hoogte.
Begin met een visuele controle, haal gedraaide banden eruit, trek het harnas aan volgens de instructie van de fabrikant en stel beenlussen, schouderbanden en borstband goed af. Twijfel je of je het juiste type gebruikt? Lees dan eerst welk harnas je nodig hebt voor werken op hoogte.
Controleer of banden, stiksels, gespen, labels en inbindpunten in goede staat zijn. Gebruik het harnas niet bij schade, twijfel of eerdere valbelasting. Laat het dan beoordelen of bekijk de mogelijkheden voor harnas en valbeveiliging laten keuren.
Het harnas moet stevig zitten zonder te knellen. Een vlakke hand moet nog tussen band en lichaam passen, maar een vuist niet. Zit het harnas zo los dat het verschuift, dan moet je het opnieuw afstellen.
Sluit de beenlussen volledig en trek ze aan tot ze stevig zitten. Te losse beenlussen kunnen gevaarlijk zijn bij een val. Te strakke beenlussen beperken bewegingsvrijheid en kunnen gaan knellen.
Het dorsale inbindpunt hoort netjes op de rug te zitten en mag niet verdraaid of te laag hangen. Controleer dit voordat je de leeflijn of valbeveiliging gebruikt. Meer context vind je op de pagina over normen voor valbeveiliging en werkpositionering.
De basiscontrole lijkt op elkaar, maar de inbindpunten en functies kunnen verschillen. Een valharnas is bedoeld voor valbeveiliging. Een klimharnas of zitgordel is vaak gericht op positionering of hangend werken. Volg altijd de handleiding van het specifieke harnas.
Nee. Een leeflijn of valstopbeveiliging bevestig je alleen aan een geschikt antivalpunt, meestal sternaal of dorsaal. Positioneringspunten bij buik of heupen zijn niet automatisch geschikt voor valbeveiliging.
Zorg dat je harnas past bij je werkzaamheden én goed wordt aangetrokken. Vergelijk harnassen of laat bestaande valbeveiliging controleren bij twijfel, schade of periodieke keuring.