Een goede, stevige verankering is letterlijk van levensbelang bij het werken op hoogte. Om die reden moet het gebruik van ankers en veiligheidshaken voldoen aan de juiste eisen, richtlijnen en fabrikantvoorschriften. Werksituaties zijn erg verschillend. Daarom zijn er verschillende typen verankering nodig.
Safety Freaks heeft diverse soorten verankeringen voor valbeveiliging die van toepassing zijn in uiteenlopende werksituaties en beroepen. Het is natuurlijk erg belangrijk dat je de juiste keuze maakt. Safety Freaks adviseert je graag; veiligheid staat hierbij centraal.
Er zijn meerdere soorten ankerpunten en verankeringsmiddelen. Welke verankering geschikt is, hangt af van de werkplek, de ondergrond, de constructie, de valruimte en de manier waarop je moet bewegen.
Vaste, mobiele en verbindingsverankering.
Hoe goed je beveiliging ook is, deze is nutteloos wanneer het verankeringspunt niet sterk genoeg is.
Verankeren heeft meerdere doelen. In de basis komt het neer op drie situaties:
Wanneer bijvoorbeeld wordt gekozen voor een vaste verankering met een veiligheidslijn die korter is dan het oppervlak waar gewerkt wordt, is er geen kans op vallen. In de praktijk is dit een vorm van werkbegrenzing: je kunt de gevarenzone simpelweg niet bereiken.
Wanneer de gebruiker toch kan vallen, moet de verankering onderdeel zijn van een systeem dat de val veilig stopt. Bepaalde verankeringen kunnen meehelpen aan het opvangen van krachten, bijvoorbeeld in combinatie met een leeflijn met schokabsorptie of een horizontale tijdelijke leeflijn met dempende eigenschappen. Een passende valbeveiligingsoplossing blijft hierbij noodzakelijk.
Wanneer men bijvoorbeeld een dak moet bestrijken, kan een horizontale tijdelijke leeflijn een geschikte verankering zijn. Wanneer een gebruiker aan een horizontale balk wordt verankerd, kan voor een apparaat worden gekozen dat door middel van rollers met de gebruiker meebeweegt.
Voorbeelden van verankering in verschillende situaties.
Een ankerpunt zit bij voorkeur boven de gebruiker of zo hoog mogelijk ten opzichte van het bevestigingspunt aan het harnas. Daardoor wordt de vrije valafstand kleiner en krijgt de valdemper minder zwaar werk.
In sommige situaties, bijvoorbeeld op een plat dak, is een ankerpunt recht boven je niet mogelijk. Dan moet je extra goed kijken naar valruimte, lijnlengte, scherpe randen, de positie ten opzichte van de dakrand en het risico op slingeren.
Werk je niet recht onder of dicht bij het ankerpunt, dan kan bij een val een pendeleffect ontstaan. Je slingert dan zijwaarts en kunt tegen een constructie, dakrand, gevel of ander obstakel terechtkomen. Ook daarom is de plaats van het ankerpunt zo belangrijk.
Bij ankerpunten en verankeringsmiddelen wordt vaak verwezen naar EN 795. Deze norm gaat over ankerdevices binnen persoonlijke valbeveiliging. In de praktijk kom je verschillende typen tegen, zoals vaste ankerpunten, tijdelijke ankerpunten, horizontale lijnen en andere verankeringsoplossingen.
De vraag hoeveel kracht een ankerpunt moet kunnen houden, kun je niet veilig beantwoorden met één algemene vuistregel. Dat hangt af van het type ankerpunt, de constructie, de montage, de gebruiksrichting, de fabrikantvoorschriften en het aantal personen dat eraan gekoppeld wordt.
Ook geldt dat verankeringen en ankerpunten periodiek gecontroleerd moeten worden volgens de instructies van de fabrikant en de geldende veiligheidsprocedures. Controleer daarnaast vóór gebruik altijd op zichtbare schade, vervorming, corrosie, slijtage of twijfelachtige montage.
Bij rope access wordt gebruikgemaakt van touwen, verankering, klimgordels en andere materialen om de werkplek te bereiken. Hierbij wordt normaal gewerkt met twee systemen: een werklijn en een veiligheidslijn.
Dat betekent ook dat de verankering goed moet worden opgebouwd. In veel rope access-situaties zijn twee onafhankelijke ankerpunten of een aantoonbaar geschikte verdeelde verankering nodig. De exacte keuze hangt af van de constructie, de richting van belasting, de werkzaamheden en het reddingsplan.
Wil je meer achtergrond over dit onderwerp? Lees dan ook onze blog verankering: de basis van veiligheid op hoogte. Wil je direct producten vergelijken, bekijk dan de categorie verankeringen of ga naar de hoofdgroep valbeveiliging.
Verankering is het punt of systeem waaraan je valbeveiliging wordt gekoppeld. Dat kan een vast ankerpunt, mobiele verankering, sling of tijdelijk systeem zijn.
Een ankerpunt is het bevestigingspunt waaraan je jezelf, je leeflijn of je valbeveiligingsapparaat koppelt. Het moet geschikt zijn voor de krachten die bij een val kunnen ontstaan.
Vaste verankering blijft op de werkplek aanwezig. Mobiele verankering is tijdelijk en wordt na gebruik weer verwijderd. Welke oplossing past, hangt af van de werkzaamheden en de locatie.
Een mobiel ankerpunt gebruik je vooral wanneer je tijdelijk werkt of op wisselende locaties komt, en er geen passend vast ankerpunt aanwezig is.
Bij voorkeur boven je of zo hoog mogelijk ten opzichte van het harnas. Dat verkleint de valafstand en helpt om de belasting op het systeem te beperken.
Het pendeleffect ontstaat wanneer je niet recht onder het ankerpunt werkt. Bij een val kun je dan zijwaarts slingeren en tegen een object of rand aankomen.
Ja, ankerpunten en verankeringssystemen moeten periodiek gecontroleerd worden volgens fabrikantvoorschrift en veiligheidsprocedures. Controleer daarnaast altijd vóór gebruik visueel op schade en slijtage.
Nee. Een balk, reling of steiger is niet automatisch geschikt als ankerpunt. De constructie moet aantoonbaar passend en sterk genoeg zijn voor de toepassing.
Bekijk de verschillende soorten verankeringen of start bij de algemene valbeveiligingscategorie als je eerst het complete systeem wilt bepalen.