Bij valbeveiliging, werkpositionering, touwtechnieken en redding kom je veel Europese normen tegen. Deze normen geven aan aan welke eisen een product of systeemonderdeel moet voldoen. Denk aan harnasgordels, verbindingsmiddelen, afdaalapparaten, ankerpunten, helmen en touwen.
Dit overzicht helpt je snel herkennen waar een EN-norm voor staat. Let wel op: een norm op een product betekent niet automatisch dat je complete systeem veilig is. De combinatie van producten, de toepassing, de gebruiksaanwijzing, training, keuring en werkomstandigheden blijven bepalend.
Een Europese norm beschrijft onder andere eisen aan ontwerp, sterkte, testmethode, markering en gebruiksinformatie. Bij PBM voor werken op hoogte is dat extra belangrijk, omdat onderdelen vaak samen één systeem vormen. Een harnas, lijn, karabiner en ankerpunt moeten niet alleen afzonderlijk kloppen, maar ook samen geschikt zijn voor de toepassing.
Een voorbeeld: een gordel met EN 358 is bedoeld voor werkpositionering of positioneringswerk. Dat is niet hetzelfde als een volledig valbeveiligingssysteem. Is er risico op een vrije val, dan heb je meestal een geschikt EN 361 harnas nodig in combinatie met passende verbindingsmiddelen, demping en een betrouwbaar ankerpunt.
Gebruik nooit alleen de normnaam om te bepalen of een product geschikt is. Kijk altijd naar de volledige toepassing: werkhoogte, valfactor, vrije valruimte, ankerpunt, randbelasting, reddingsplan en compatibiliteit tussen onderdelen.
In onderstaande tabel vind je veelvoorkomende EN-normen voor valbeveiliging, werkpositionering, touwtechnieken, redding en helmen die vaak bij werken op hoogte worden gebruikt.
| Europese norm | Omschrijving | Toepassing of voorbeeld |
|---|---|---|
| EN 341 | Afdaalapparaten voor redding en evacuatie | Bijvoorbeeld een afdaalapparaat zoals Petzl I’D, afhankelijk van uitvoering en certificering |
| EN 353-1 | Meelopende valbeveiliger met starre ankerlijn | Bijvoorbeeld een vast rail- of laddersysteem met meelopende valbeveiliger |
| EN 353-2 | Meelopende valbeveiliger met flexibele ankerlijn | Bijvoorbeeld Petzl ASAP in de juiste systeemconfiguratie met geschikte lijn en absorber |
| EN 354 | Veiligheidslijnen en verbindingslijnen | Bijvoorbeeld positionerings- of verbindingslijnen zoals Petzl JANE, afhankelijk van toepassing |
| EN 355 | Valschokdempers | Bijvoorbeeld een absorber zoals Petzl ABSORBICA |
| EN 358 | Gordels en lijnen voor werkpositionering en gebiedsbegrenzing | Bijvoorbeeld een positioneringslijn zoals Petzl GRILLON |
| EN 360 | Valbeveiligers met automatische lijnspanner, ook wel zelfintrekkende valbeveiligers of valstopblokken | Bijvoorbeeld een automatisch valstopblok of retractable fall arrester |
| EN 361 | Harnasgordels voor valbeveiliging | Bijvoorbeeld een valbeveiligingsharnas zoals Petzl AVAO BOD FAST, afhankelijk van uitvoering |
| EN 361 + EN 358 | Combinatie van valbeveiliging en werkpositionering | Bijvoorbeeld een harnas dat zowel valstop- als positioneringspunten heeft |
| EN 362 | Verbindingsmiddelen voor persoonlijke valbeveiliging | Bijvoorbeeld industriële karabiners en koppelingen voor valbeveiligingssystemen |
| EN 363 | Persoonlijke valbeveiligingssystemen | Systeemnorm voor complete combinaties van onderdelen tegen vallen van hoogte |
| EN 364 | Beproevingsmethoden voor persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen | Testmethoden die gebruikt worden bij beoordeling van PBM tegen vallen |
| EN 365 | Algemene eisen voor gebruiksaanwijzing, onderhoud, periodieke controle, reparatie, markering en verpakking | Belangrijk bij inspectie, keuring en documentatie van valbeveiligingsmiddelen |
| EN 397 | Industriële veiligheidshelmen | Bijvoorbeeld veiligheidshelmen voor bouw en industrie, zoals bepaalde uitvoeringen van Petzl VERTEX |
| EN 566 | Bandlussen en slings | Bijvoorbeeld bandlussen zoals Petzl ANNEAU, mits passend bij de toepassing |
| EN 567 | Stijgklemmen | Bijvoorbeeld stijgklemmen zoals Petzl ASCENSION |
| EN 795 | Ankervoorzieningen voor persoonlijke valbeveiliging | Bijvoorbeeld tijdelijke of vaste ankerpunten, afhankelijk van type en installatie |
| EN 813 | Zitgordels | Bijvoorbeeld zitgordels voor positionering of touwtechnieken, niet als losse valstopoplossing |
| EN 892 | Dynamische klimtouwen | Vooral bekend uit klimmen; niet automatisch geschikt als industriële werklijn |
| EN 12841 | Instelapparaten voor lijnen bij rope access | Bijvoorbeeld back-upapparaten, stijgklemmen of afdaalapparaten, afhankelijk van type A, B of C |
| EN 12492 | Klimhelmen en helmen voor bergsporttoepassingen | Bijvoorbeeld helmen met kinband en bescherming passend bij klim- of touwtoepassingen |
| EN 1496 | Hijsmiddelen voor reddingsdoeleinden | Bijvoorbeeld reddingslier of hijsvoorziening voor evacuatie en redding |
| EN 1497 | Reddinggordels | Bijvoorbeeld reddingsharnas voor evacuatie |
| EN 1498 | Reddingslussen | Bijvoorbeeld reddingslus voor evacuatie of verplaatsing van personen |
| EN 1868 | Gebruikte termen voor PBM tegen vallen van hoogte | Terminologie en begrippen rond valbeveiliging |
| EN 1891 | Semistatisch kernmanteltouw met geringe rek | Bijvoorbeeld werklijnen zoals Petzl PARALLEL of AXIS, afhankelijk van diameter en toepassing |
| EN 12275 | Verbindingsstukken voor bergsport | Bijvoorbeeld bepaalde klimkarabiners; controleer of EN 362 nodig is voor professionele valbeveiliging |
| EN 12278 | Katrollen | Bijvoorbeeld katrollen zoals Petzl PRO TRAXION, afhankelijk van certificering en toepassing |
EN 361 gaat over harnasgordels voor valbeveiliging. EN 358 gaat over werkpositionering en gebiedsbegrenzing. Een positioneringspunt is dus niet automatisch geschikt om een val op te vangen.
EN 353-1 hoort bij systemen met een starre ankerlijn, zoals een rail of vast laddertraject. EN 353-2 hoort bij systemen met een flexibele ankerlijn, zoals een geschikte touwlijn met meelopende valbeveiliger.
EN 360 hoort bij zelfintrekkende valbeveiligers of valstopblokken. EN 12841 gaat over lijninstelapparaten voor rope access, zoals back-upapparaten, stijgklemmen en afdaalapparaten.
EN 362 is de norm voor verbindingsmiddelen binnen persoonlijke valbeveiliging. EN 12275 komt uit de bergsporthoek. Controleer daarom altijd of de karabiner past bij professioneel gebruik en bij de rest van je systeem.
EN 397 gaat over industriële veiligheidshelmen. EN 12492 gaat over klimhelmen. Bij werken op hoogte kan de juiste helmkeuze afhangen van vallende objecten, kinband, zijdelingse impact en de werkzaamheden.
Een product kan aan een norm voldoen, maar verkeerd gecombineerd alsnog onveilig zijn. Denk aan verkeerde karabiners, onvoldoende vrije valruimte, een ongeschikt ankerpunt of een lijn die niet bij het apparaat hoort.
PBM voor werken op hoogte moeten vóór gebruik visueel worden gecontroleerd en periodiek worden geïnspecteerd door een deskundig persoon. Na een valbelasting, zichtbare schade of twijfel over de staat van het product haal je het middel direct uit gebruik.
Kijk bij elk product naar de markering, serienummers, gebruiksaanwijzing, toegestane combinaties en afkeurcriteria. Vooral bij touwen, lijnen, absorbers, harnassen en verbindingsmiddelen is slijtage soms minder duidelijk zichtbaar dan je denkt.
Nee, EN 358 is bedoeld voor werkpositionering en gebiedsbegrenzing. Als er risico is op een vrije val, heb je normaal gesproken een geschikt valbeveiligingssysteem nodig met onder andere een EN 361 harnas en passende verbindingsmiddelen.
Voor valbeveiliging is EN 361 de belangrijkste norm voor een harnasgordel. Een harnas kan daarnaast ook andere normen hebben, zoals EN 358 voor werkpositionering of EN 813 voor zitpositionering. Welke norm je nodig hebt, hangt af van de toepassing.
EN 353-1 gaat over meelopende valbeveiligers met een starre ankerlijn, zoals een rail. EN 353-2 gaat over meelopende valbeveiligers met een flexibele ankerlijn, zoals een geschikte touwlijn.
Niet automatisch. EN 12275 hoort bij bergsportverbindingsstukken, terwijl EN 362 specifiek gericht is op verbindingsmiddelen voor persoonlijke valbeveiliging. Controleer altijd de productmarkering en handleiding.
Een zelfintrekkende valbeveiliger of valstopblok valt onder EN 360. Let daarbij goed op de toegestane gebruiksrichting, maximale belasting, randgeschiktheid en benodigde vrije valruimte.
Dat hangt af van de fabrikant, het gebruik, de werkomstandigheden en interne procedures. Controle vóór elk gebruik is belangrijk. Daarnaast moeten PBM voor werken op hoogte periodiek worden geïnspecteerd door een deskundig persoon. Na een val of bij twijfel moet het product direct uit gebruik worden gehaald.
Gebruik het normenoverzicht om beter te begrijpen welk type PBM bij je werkzaamheden hoort. Ben je al toe aan vergelijken, bekijk dan de categorieën voor valbeveiliging en veiligheidshelmen.