Te strakke werkhandschoenen knellen, te ruime handschoenen schuiven en beide zorgen ervoor dat je minder precies werkt. In de praktijk betekent dat vaak dat handschoenen sneller uitgaan of minder goed beschermen. Daarom is je handschoenmaat bepalen geen bijzaak, maar een belangrijk onderdeel van veilig en comfortabel werken. Uit ervaring weet ik maar al te goed dat je eigenlijk niet wilt voelen dat je een handschoen aan hebt, hij moet zo strak mogelijk zitten zonder losse flodders.
Op deze pagina lees je hoe je jouw handschoenmaat meet, welke methode het meest betrouwbaar is en welke maat je nodig hebt volgens de handschoenen maattabel.
De meeste werkhandschoenen zijn verkrijgbaar in meerdere maten. Die maten worden meestal aangegeven met een cijfer, zoals 8, 9 of 10, en soms ook met een lettermaat zoals M, L of XL. One-size-fits-all kan bij sommige wegwerphandschoenen handig zijn, maar is voor de meeste werkhandschoenen geen goede keuze.
Een goede handschoen sluit aan zonder te knellen. Je vingers moeten voldoende ruimte hebben om te buigen, maar de handschoen mag niet los om je hand zitten. Vooral bij montagewerk, logistiek werk, snijbestendige handschoenen of werkzaamheden met gereedschap maakt de juiste maat veel verschil.
Leg je hand plat neer en meet met een meetlint of lineaal de breedte van je handpalm. Meet over het breedste deel van je hand, zonder de duim mee te nemen. De uitkomst geeft een snelle indicatie van je handschoenmaat.
Is je handpalm bijvoorbeeld ongeveer 8 tot 8,5 cm breed, dan kom je meestal uit rond maat 8/M. Deze methode is handig als snelle controle, maar minder nauwkeurig dan het meten van de handomtrek.
Methode A is vooral geschikt als je snel een globale maat wilt bepalen.
Meet de omtrek van je hand met een flexibel meetlint. Leg het meetlint rondom je handpalm, net boven de duim. Trek het meetlint niet te strak aan. De gemeten handomtrek vergelijk je daarna met de maattabel.
Dit is meestal de beste manier om je handschoenmaat op te meten, omdat de dikte van je hand wordt meegenomen.
Meet vanaf de top van je middelvinger tot aan het begin van je pols. Deze methode gebruik je vooral als extra controle naast methode B. Komt je handlengte uit op een grotere maat dan je handomtrek? Kies dan de grootste maat.
Dit voorkomt dat de vingers van de handschoen te kort zijn, ook als de omtrek van je hand wel goed lijkt te passen.
Meet voor de meest betrouwbare handschoenmaat eerst de omtrek van je handpalm en controleer daarna de lengte van je hand.
Gebruik onderstaande maattabel voor handschoenen als richtlijn. Let op: de pasvorm kan per merk en type handschoen iets verschillen. Een dunne montagehandschoen voelt anders aan dan een gevoerde winterhandschoen of een chemisch bestendige handschoen.
| Maat | Lettermaat | Omtrek handpalm | Indicatie handlengte |
|---|---|---|---|
| 6 | XS | 14 - 17 cm | tot ca. 16 cm |
| 7 | S | 17 - 20 cm | ca. 16 - 17,5 cm |
| 8 | M | 20 - 23 cm | ca. 17,5 - 19 cm |
| 9 | L | 23 - 25 cm | ca. 19 - 20 cm |
| 10 | XL | 25 - 27 cm | ca. 20 - 21,5 cm |
| 11 | XXL | 27 - 30 cm | vanaf ca. 21,5 cm |
Zit je tussen twee maten in, kijk dan goed naar het soort werkhandschoen en je werkzaamheden. Voor grover werk, koude omstandigheden of handschoenen met voering is een iets ruimere maat vaak prettiger. Voor fijn montagewerk wil je juist voldoende gevoel houden en mag de handschoen wat nauwkeuriger aansluiten.
De juiste maat is belangrijk, maar het type handschoen bepaalt uiteindelijk of je goed kunt werken. Een handschoen voor horeca, medische omgeving, logistiek, bouw of industrie heeft vaak een andere pasvorm en materiaalkeuze. Daarom is het slim om niet alleen naar de maat te kijken, maar ook naar de toepassing.
Bij montagewerk wil je veel gevoel in je vingers houden. Kies daarom een maat die goed aansluit, zonder dat de vingertoppen strak trekken.
Bij gevoerde of waterdichte handschoenen is iets extra ruimte vaak prettig. Te strak dragen kan juist kouder aanvoelen en beperkt de bewegingsvrijheid.
Bij snijbestendige of chemisch bestendige handschoenen moet de maat goed aansluiten. Een te ruime handschoen kan blijven haken of minder controle geven.
Wil je meer weten over soorten, materialen en toepassingen? Bekijk dan ook onze pagina werkhandschoenen.
Je bepaalt je handschoenmaat door de omtrek van je handpalm te meten, net boven de duim. Vergelijk deze maat daarna met de maattabel. Een handomtrek van 20 tot 23 cm komt meestal overeen met maat 8/M. Controleer bij twijfel ook je handlengte, van middelvingertop tot pols.
Gebruik een flexibel meetlint en meet rondom het breedste deel van je handpalm, zonder de duim mee te meten. Trek het meetlint niet te strak aan. Zit je tussen twee maten in, kies dan meestal de grotere maat. Bij dunne montagehandschoenen kan een nauwsluitende maat prettiger zijn, zolang de handschoen niet knelt.
Handschoenmaten zijn niet afhankelijk van heren- of damesmaten, maar van de afmeting van je hand. Veel heren komen uit op maat 9/L of 10/XL, maar meten blijft het betrouwbaarst.
Ook voor dames geldt dat je het beste de handomtrek meet. Veel dames komen uit op maat 6/XS, 7/S of 8/M, maar de juiste maat hangt af van je eigen handmaat en het type handschoen.
Zit je tussen twee maten in, kies dan meestal de grotere maat. Alleen bij precisiewerk of dunne montagehandschoenen kan de kleinere maat soms prettiger zijn, zolang de handschoen niet knelt.
Voor sommige wegwerphandschoenen kan one-size-fits-all voldoende zijn. Voor de meeste werkhandschoenen is dat geen goede keuze, omdat pasvorm invloed heeft op comfort, grip en bescherming.
Bekijk dan het assortiment werkhandschoenen van Safety Freaks en kies een handschoen die past bij je maat, werkzaamheden en risico’s op de werkplek.